Laudatio voor Fons Leroy
Uitgesproken te Leuven op 5 maart 2011 door Professor Luc Sels n.a.v. de uitreiking van de VRG-Alumniprijs 2011
Toen de crisis in 2008 uitbrak, steeg de werkloosheid spectaculair. In Vlaanderen lag de kortdu-rige werkloosheid in augustus 2009 21% hoger dan één jaar eerder. Heel wat arbeidsmarktex-perten spraken dan ook in pekzwarte doemscenario’s. Maar wat blijkt? Het keerpunt diende zich verrassend snel aan. In maart 2010, na amper 18 maanden stijging, begon de kortdurige werkloosheid alweer te krimpen. De vergelijking met de 2001-crisis kan wellicht helpen. On-danks een veel minder spectaculaire groei van de werkloosheid duurde het toen meer dan vier jaar voor een structurele daling werd ingezet.
De arbeidsmarkt lijkt dus een robuust systeem, met sterke evenwichtsherstellende mechanis-men. Maar schijn bedriegt. Geloof me, de Vlaamse arbeidsmarkt zou een gedegen stresstest niet doorstaan.
- Ze lijdt onder knagende knelpunten
- Ze heeft te weinig gretige grijsaards of Benidorm Bastards zo u wil
- Ze sukkelt met een schaarste aan lenige leerders en bedreven bedrijven
- Ze wordt gestuurd vanuit een te zwak gewapend gewest
- Ze telt teveel witte wervers met te weinig oog voor Ali en Asib
- Ze voedt werkzoekenden teveel aspirinen en te weinig vitaminen
- Ze rust werknemers uit met zijwieltjes in plaats van een koersfiets-op-maat
Heeft u vol bewondering geluisterd naar de beeldspraak en de alliteraties, weet dan dat ze in het hoofd van de gevierde zijn ontstaan, in het hoofd van de regisseur van die arbeidsmarkt. U moet er de vele columns in ‘Fons blogt’ en ‘Quoi Leroy?’ maar eens op nalezen. Altijd inspire-rend, gevat, verstaanbaar, toegankelijk, wervend. In de gevierde schuilt niet alleen een regis-seur maar ook een acteur en een auteur.
Die regisseur, acteur, auteur heeft natuurlijk een naam. En die luidt niet ‘gedelegeerd-bestuurder van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding Dhr. Leroy’. Neen, die luidt Fons. Fons van de VDAB. Fons is een begrip geworden, een merk op zich. Marke-teers zouden spreken van een ‘reason-to-believe’, een deel van de ‘brand personality van VDAB’, misschien zelfs de ‘brand essence’ van VDAB.
Ik overdrijf niet. Kijk maar eens naar de grote externe waardering die hem te beurt valt. Fons is een prijsbeest. Ik som even op. Hij ontving de Prijs van de Vriendschap 2004 voor zijn inspan-ningen inzake diversiteitsbeleid, de HR Award 2007 (PMC) voor zijn rol in het betrekken van HRM in het Vlaams arbeidsmarktbeleid, hij werd overheidsmanager van het jaar in 2009, HR ambassadeur 2010, en natuurlijk, absolute kers op de taart: Alumnus van het jaar van het Vlaams Rechtsgenootschap van de K.U.Leuven. Hij is goed op weg om in zijn eentje meer prij-zen te halen dan de hele wielerploeg die hij ooit mee boven de doopvont hield.
Fons is niet alleen een begrip, hij heeft ook impact. Hij heeft impact door zijn communicator credibility. Bepalende factoren zijn daarbij zijn zichtbaarheid, autoriteit, doeltreffendheid, ge-voel voor rechtvaardigheid en responsiviteit. Ik verklaar mij nader.
- Zichtbaarheid. Fons is alom tegenwoordig. Aanwezig op evenementen, klein en groot. Le-zing na lezing, debat na debat, column na column, artikel na artikel. Serieproductie, maar zoals het een VDAB-er betaamt: met oog voor maatwerk. Hij is zichtbaar, bereikbaar, be-kend en dus bemind. Bij de voorbereiding van ons jaarlijks arbeidsmarktcongres, is de vraag altijd welke panelleden ‘we nog vragen naast Fons’. Hij is de certitude, beslagen op alle terrein, met telkens een ongezouten maar onderbouwde mening.
- Autoriteit en legitimiteit. Il est le roy, op de arbeidsmarkt althans. Hij ontleent die autori-teit niet aan dure IMD, Insead of IESE diploma’s, wel aan inzicht in het werkterrein van zijn organisatie. Hij is niet alleen bestuurskundig, maar ook inhoudelijk leidend ambtenaar. Als hij bijvoorbeeld stelt dat VDAB zijn werkterrein dringend moet verruimen van enkele hon-derdduizenden werkzoekenden naar de enkele miljoenen actieve Vlamingen, dan is dat niet vanuit expansiedrang, of omdat sociale partners hem dat influisteren, of een minister hem dat opdraagt; het is wel omdat hij weet en begrijpt welke richting economie en ar-beidsmarkt uitgaan, en welk dienstverlening daar logisch bij hoort. Hij is bij mijn weten nooit opgeleid tot arbeidsmarktdeskundige, maar het ervaringsbewijs heeft hij al lang op zak. Geslaagd in de EVC-procedure.
- Doeltreffendheid. Hij slaagt er als geen ander in om wendingen in het arbeidsmarktbeleid te vertalen in een behoorlijk slagvaardige organisatie. Dat gaat traag, vergt geduld, maar ook richting en consistentie. Die brengt Fons aan. Dat is deels een gave, deels het product van zijn loopbaan. Hij was al actief bij RVA toen ik in het eerste middelbaar zat. Hij heeft er een loopbaan van 15 jaar opzitten in de rol van adjunct of kabinetschef. Hij raakte zo in een cruciale fase betrokken bij het ontwerp van een Vlaams werkgelegenheidsbeleid. Als kabi-netschef heeft hij zijn vrijheidsgraden altijd gemaximaliseerd: we noemden hem dan ook wel eens schertsend de ‘minister van Werk’. Hij heeft door de wisselwerking van RVA-VDAB en kabinetsfuncties die mix van interne organisatiekennis en externe beleidservaring ver-worven die de echte leidend ambtenaar typeert.
- Rechtvaardigheid. Zijn streven naar doeltreffendheid en doelmatigheid houdt hij mooi in balans met gevoel voor rechtvaardigheid en sociale bewogenheid. Die balans spreekt al uit zijn cv: als student actief in de wetswinkel, naar Canada voor studie over gratis rechtshulp, betrokken bij de arbeidershogeschool, veel inzet op domeinen zoals sociale integratie van personen met een handicap en sociale economie. Hij begrijpt als geen ander dat het stre-ven naar hoge werkzaamheid niet alleen een economisch, maar tegelijk ook een participa-tievraagstuk is, en een hefboom is voor maatschappelijke integratie. Hij spreekt ook ‘in ba-lans’, in termen van ‘wortel én stok’, in termen van ‘rechten én plichten’. Langer werken gaat in zijn betoog altijd samen met anders werken. Captains of industry moeten voor hem ook captains of society zijn. Activeringsbeleid is die naam pas waard als het tegelijk deel is van armoedebeleid.
- Responsiviteit. Een organisatie van de schaal van VDAB, vervlochten in sociaal overleg, regeringsbeleid en een complexe staatsstructuur, gedraagt zich altijd als een wat logge tanker. Maar de beweeglijke stuurman maakt veel goed. Hij neemt de handschoen op. Houdt het initiatief in handen. Lanceert zelf de beleidsopties die hij vele stappen later als leidend ambtenaar moet implementeren. Eénoog in het land der blinden.
We hopen met zijn allen dat met de vele prijzen geen gewenning optreedt; dat Fons ook de volgende jaren even energiek timmert aan de weg. De uitdagingen zijn immers indrukwekkend:
- We zitten volop in de demografische wissel. In de periode 2009-2014 zal het natuurlijk verloop door uittrede zo’n 35% hoger liggen dan in de 2004-09. De enorme vervangings-vraag die zal voortvloeien uit deze wissel zal leiden tot een arbeidsmarkt met veel schu-rende scharniertjes.
- Er is de daarmee samenhangende evolutie naar een knelpunteconomie, met intussen zowat 200 knelpuntberoepen en meer dan één vijfde van de vacatures die als knelpunt-vacature kan omschreven worden, een aandeel dat alsmaar stijgt en – zo wees de re-cente crisis uit – conjunctuurongevoelig lijkt te worden.
- Er is de problematische samenstelling van de werklozenpopulatie, met de gekende pro-blemen van beperkte arbeidsmarktrijpheid en de littekens die de kansen aan de selec-tietafel hypothekeren. Het is bovendien niet denkbeeldig dat binnen enkele jaren één werkloze op twee 50 of ouder is.
- Er is het moeilijke en moeizame debat over de aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt, en ruimer dat over de groeiende kloof tussen gevraagde en aanwezige competenties als gevolg van de evolutie naar de kennis- en diensteneconomie;
- Er is het gebrek aan krachtdadig leiderschap, legitimiteit, zichtbaarheid en responsiviteit op politiek niveau en bij de sociale partners. Zelfs al mocht de wil om een langetermijnvisie te ontwikkelen al breed gedragen worden, dan nog kampen we in het arbeidsmarktbeleid met een verlammende bevoegdheidsversnippering.
Wat me deels geruststelt, is dat Fons zich bewust is van elk van deze uitdagingen, er uitvoerig over schrijft, en er ideeën en zelfs concrete oplossingen voor uitwerkt. Ik denk aan de centers of excellence die opgebouwd worden ter bestrijding van knelpuntberoepen; aan het sluitend maatpak dat werkzoekenden aangepast krijgen; aan de sterkere oriëntatie op de vergroening en verwitting van jobs; aan de snellere heroriëntatie van werkzoekenden en de soepele inter-pretatie van de passende dienstbetrekking; aan de uitbreiding van het activeringsbeleid naar groepen boven de leeftijd van 50; aan het actief inspelen op nieuwe onderwijsvormen zoals HBO; aan het pleidooi voor sterkere activeringsimpulsen in sociale zekerheid en arbeidsrecht; aan de visie op staatshervorming en homogene bevoegdheidspakketten.
Fons, we kennen allebei de uitdagingen waar we voor staan. Ze zijn niet min. Ik hoop dan ook dat je de daad bij het woord voegt: werk langer! Werk vooral niet anders. Gewoon voortdoen. We hebben het nodig.
Luc Sels
Decaan Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen
