Laudatio voor Meester Luc Walleyn
Uitgesproken te Leuven op 5 maart 2010 door Professor Stephan Parmentier n.a.v. de uitreiking van de VRG-Alumniprijs 2010
Mijnheer de rector, Mijnheer de decaan, Mijnheer de voorzitter van VRG-Alumni,
Beste alumni, Dames en heren,
Waarde gelauwerde, Beste Luc,
«Monsieur le Président, Madame, Monsieur les juges, Honorables membres de cette Cour pénale, pour terminer cette série de déclarations d'ouvertures, j'aimerais, à travers votre Cour, m'adresser à ceux qui nous écoutent à Bunia et ailleurs en Ituri. Une radio transistor à l'oreille ou grâce à la transmission par Internet devant un écran, qu'ils soient Hema, Lendu, Alur ou autre.
Aujourd'hui est une journée d'espoir non seulement pour la Cour pénale internationale, qui ouvre ainsi son premier procès, mais aussi pour eux, pour les milliers de victimes de ce conflit congolais sans fin; pour tous ces anciens enfants-soldats qui essaient péniblement de reconstruire leur vie, pour les familles qui ont perdu leur fils et leur fille ou qui les ont retrouvés abîmés.
Et enfin pour ceux qui, encore maintenant, sont toujours quelque part dans la brousse, sales, fatigués, anxieux, le ventre creux, le corps douloureux, pleurant la nuit leurs parents, leur école et leur enfance, avec un AK 47 comme compagnon et un peu de chanvre pour se consoler.
La justice internationale doit mettre fin à l'impunité des crimes les plus graves. Elle devrait aussi préparer la voie à la réconciliation, en distinguant responsables principaux et suiveurs, innocents et victimes. La justice offre une alternative à la stigmatisation de communautés entières comme coupables.
La sanction, mais aussi la réparation aux victimes offre une alternative au cycle infernal de la vengeance.»
Met deze gevleugelde woorden eindigt Meester Luc Walleyn op 26 januari 2008 zijn openingspleidooi in de allereerste zaak voor het Internationaal Strafhof in Den Haag, deze tegen de Congolese krijgsheer Thomas Lubanga Dyilo. Dit Hof is opgericht in 2002 als eerste permanente strafhof in de geschiedenis dat individuele personen die zijn beschuldigd van genocide, misdaden tegen de mensheid en oorlogsmisdaden, kan vervolgen en veroordelen. Luc Walleyn vertegenwoordigt er de slachtoffers van Thomas Lubanga, mannen, vrouwen en ook kinderen die door hem en zijn troepen zijn vermoord, gefolterd en als kindsoldaten ingelijfd.
Wie is deze man, die in 1998 in Rome meewerkte aan het Statuut van datzelfde Internationale Strafhof, die geregeld in het voetlicht van de internationale justitie treedt, en die zich -al even geregeld- graag terugtrekt in de luwte van het studiewerk?
Luc Walleyn begint zijn rechtenstudies in Leuven in oktober 1967 en enkele maanden later valt het kabinet Van den Boeynants en breekt de studentenrevolte op diverse plaatsen in Europa uit. Ging het om een correlatie of een causaal verband, ik laat het in het midden, dat is voer voor wetenschappers. Feit is dat hij zijn formatieve studiejaren doorbrengt tijdens die woelige jaren die de fundamenten van de naoorlogse maatschappij voor altijd zouden veranderen. Van de katholieke jeugdbeweging naar Amada en de PvdA in een paar jaar, het is een kleine stap voor Walleyn, ook al brak hij lang geleden met die partij (zoals hij in het recente interview in de Campuskrant opbiecht).
Feit is ook dat het vuur van de hervormingen die Vlaanderen uit zijn gezapige slaap zullen halen, ook brandt in Walleyn. Als piepjong student zetelt hij in de Sociale Raad van de universiteit, beslist hij mee over de maaltijdprijzen van de Alma en ook over de oprichting van het studentenhuis Camilo Torres, genoemd naar de bevrijdingstheoloog en revolutionair uit Colombia. Zoals zovele generaties studenten wordt ook hij bevlogen door de colleges van emeritus socioloog Luc Huyse, de huissocioloog van de Rechtsfaculteit die maatschappijkritische kaders op een wetenschappelijke manier weet te onderbouwen, en wiens colleges hij -naar eigen zeggen- nooit broste.
Na zijn studies schrijft Walleyn zich eerst in aan de balie te Leuven, maar al snel laat hij de Artoisstad achter zich om een geëngageerd advocatencollectief in Brussel (eigenlijk in Schaarbeek) te helpen oprichten. Datzelfde kantoor is tot op vandaag zijn uitvalsbasis gebleven voor het vele en complexe juridische werk waarin hij zich de volgende jaren en decennia op richt, en vaak aan een sociaal tarief. Op korte tijd verwerft hij naam als specialist vreemdelingenrecht, in die tijd nog een zeer marginale en meewarig bekeken tak van het vak, vandaag een van de meest bloeiende takken van het nationaal en internationaal recht. In ons land is hij daarmee één van de grondleggers van het begrip "public interest lawyer".
1994 is een scharnierjaar in Walleyns loopbaan. De Orde van Advocaten vraagt hem om als haar vertegenwoordiger op te treden bij een kleine en nieuw opgerichte NGO, Advocaten zonder Grenzen, die beoogt "personen bij te staan bij gevoelige processen om de rechten van de verdediging te beschermen" (www.asf.be). Hij wordt later voorzitter van deze belangrijke organisatie voor rechtsbijstand en juridische ontwikkeling die vandaag de dag meerdere kantoren ter wereld beheert.
Datzelfde jaar wordt Rwanda, deze onbekende Belgische kolonie in het hart van Afrika, getroffen door een tsunami van fysiek geweld: op nauwelijks 100 dagen laten tussen de 500.000 en 1.000.000 mensen, kinderen, vrouwen én mannen, het leven, tussen de 5.000 en 10.000 per dag, tussen de 200 en 400 per uur . niet met gesofisticeerd wapentuig, maar met simpele ambachtelijke middelen als machetes en knuppels worden ze vermoord. Was het een vlaag van collectieve zinsverbijstering of een koelbloedig geplande uitroeiing? Het zijn vragen waar juristen, politologen en sinds kort ook criminologen zich nog steeds over buigen om een dieper inzicht te verwerven in het menselijk gedrag, individueel en collectief, zodat men meer aangepaste strategieën vindt om met de last van een dergelijk verleden om te gaan. Voor Walleyn betekent het de kennismaking met een nieuwe en exotische wereld, niet enkel met 'le pays des milles collines' maar ook met de realiteit van hulpeloze slachtoffers die alles en iedereen tijdens de genocide hebben verloren, én met daders die niet allen bloeddorstige fanatici blijken te zijn maar vaak heel gewone mensen van vlees en bloed die in een draaikolk van geweld terecht zijn gekomen. In een land dat zijn wonden likt, neemt hij als één van de eerste buitenlandse advocaten de verdediging op zich van beschuldigden die niemand wil verdedigen, en hij blijft dat jaren met veel toewijding doen.
Het moet in 1992 of 1993 geweest zijn dat de paden van Luc Walleyn en mezelf elkaar voor het eerst kruisen. Als jong assistent aan de Rechtsfaculteit was ik tevens aangesteld tot plaatsvervangend bijzitter bij de Vaste Beroepscommissie voor Vluchtelingen en Luc pleitte er talrijke dossiers van asielzoekers wier aanvraag in eerste aanleg was verworpen. Hij maakte een diepe indruk op mij, vooral omdat hij -in tegenstelling tot sommige andere advocaten- de commissieleden vooral correct wilde informeren en ze in zwakke of onbetrouwbare dossiers niet om de tuin wilde leiden. Beter dan wie ook besefte hij dat, naast de vele eerlijke asielzoekers, een aantal appellanten minder recht in hun schoenen stonden en dat enkelen zelfs wilde verhalen opdisten die niet konden bewezen, maar ook niet konden tegengesproken worden. Walleyn zocht voortdurend het evenwicht tussen loyale bijstand aan zijn cliënt enerzijds, en zich bewust blijvend van de beperkingen van zijn opdracht als juridisch raadsman. Een advocaat mét grenzen dus, maar vooral een met een grote dosis professionaliteit.
Sindsdien kwamen we elkaar af en toe tegen, voornamelijk in het kader van gerechtszaken onder de Belgische wet van universele jurisdictie, of wat er na 2005 van deze wet overblijft na de capitulatie van de toenmalige federale regering voor de internationale druk op ons land. Walleyn en andere confraters traden en treden in ons land op voor slachtoffers van de genocide in Rwanda, van de militaire terreur in Guatemala, en van de aanvallen op de vluchtelingenkampen in Sabra en Shatila.
Bovendien, hij oreert niet enkel tijdens juridische pleidooien, maar is ook een veelgevraagd gastspreker op wetenschappelijke en maatschappijgerichte studiedagen en congressen. Hij schrijft niet enkel juridische conclusies, maar produceert ook wetenschappelijke publicaties en vakgerichte stukken, in meerdere talen én in binnen- en buitenland.
U hoort het, dames en heren, Luc Walleyn proberen typeren is geen sinecure, hij behoort tot de species van de Lithobius forficatus professionalis, de professionele duizendpoot, die volgens Darwin een zeer hoog overlevingsgehalte bezit en bovendien zijn talrijke tentakels tot ver in de volgende generatie uitstrekt.
Eén begrip komt echter steeds bovendrijven, en dat is 'emancipatie': etymologisch betekent dit 'uit de hand laten komen, uit handen geven', sociologisch verwijst het naar de bewuste aanpak om ongelijkheden in de samenleving te verminderen en onrechtvaardigheden recht te zetten. In de Alma en in het vreemdelingenrecht, bij Advocaten zonder Grenzen en in de rechtbanken van Kigali en Den Haag, tijdens zijn talrijke excursies in de grote wereld van het recht heeft Luc Walleyn zich steeds door dit Leitmotiv laten inspireren. Hij heeft de mensenrechten consequent centraal gesteld en over de jaren heen vorm gegeven aan wat rechtssociologen 'responsive law' noemen. Daarom ook stelt hij zich niet tevreden om de evoluties in het recht te ondergaan als een passief bijstaander. Hij wil deze veranderingen zelf mee boetseren, en door zijn integriteit als advocaat, door zijn bevlogenheid als activist, door zijn diepgang als publicist, slaagt hij met verve in zijn doelstelling. Zijn loopbaan leest als een kristallisatiepunt waarin individuele verdieping en maatschappelijke veranderingen, waarin micro en macro samenvloeien. Zonder hem zouden het vreemdelingenrecht en het internationaal strafrecht er helemaal anders, en veel minder ontwikkeld, hebben uitgezien
.Ik concludeer. In mei 2000, bij de afscheidsviering van Luc Huyse, sprak voormalig decaan Frans Vanistendael: "Wie is deze man met zijn jeugdig profiel, met zijn soepele en dynamische tred in zijn onconventionele kledij? (.) wat is het geheim van deze jeugdige frisheid op toch redelijk hoge leeftijd?" (in: 40 jaar kijken van op de zijlijn. Brochure naar aanleiding van het emeritaat van Prof. Dr. L. Huyse op 1 oktober 2000, 7). Zou het toeval zijn dat deze typering van de hoogleraar die de student in de jaren zeventig boeide mutatis mutandis ook van toepassing is op de gelauwerde van vandaag? Wie is deze man met zijn jeugdig profiel en zijn soepele en dynamische tred, en wat is het geheim van deze jeugdige frisheid? Zijn naam is niet Don Quichote, maar wel Luc Walleyn, en zijn geheim . dat moet hij ons zelf onthullen.
Om al deze redenen verzoek ik u, geachte rector, geachte voorzitter, de VRG-Alumniprijs 2010 toe te kennen aan Meester Luc Walleyn.
