Toespraak door Meester Luc Walleyn

Bij de aanvaarding van de VRG-Alumniprijs 2010 op 5 maart 2010 te Leuven

Geachte heer Voorzitter,
Geachte heren Rector, Deken,
Waarde confraters, vrienden en familie, dames en heren,

De prijs die de VRG-alumnivereniging mij vandaag toekent is een bijzondere eer, waarvoor ik deze hartelijk dank. Die prijs drukt de waardering uit voor het werk van Advocaten zonder Grenzen, bij uitstek dé NGO is van de juridische wereld. Ik zie het ook als een soort eerherstel voor de beruchte lichting rechtsstudenten van 1972. De lichting van de eerste licentiaten, de proefkonijnen van de hervorming van de rechtsstudies, de lichting die zich in 1967 kwam inschrijven in dit prestigieuze gebouw, om er enkele maanden onder de vensters hun protest uit te schreeuwen en in de Krakenstraat de kasseien uit te breken om barricades te maken, van wie men zegde dat ze meer staakten dan naar de les te gaan.

De staking die wij als piepjonge studenten meemaakten in januari 1968 was een keerpunt voor de universiteit en voor het land, en deel van de wereldwijde beweging die enkele maanden later in Frankrijk zijn hoogtepunt zou kennen. Dat inmiddels legendarische jaar liet geen van onze jaargenoten onberoerd, en was ook voor mij een periode die mij als brave KSA-leider uit het toen nog erg burgerlijke Brugge grondig heeft veranderd.

Toen professor Blanpain mij in oktober jl. aankondigde dat mij deze prijs werd toegekend, was het precies 40 jaar geleden dat ik sociaal afgevaardigde werd van het VRG-presidium, onder het praesesschap van de latere Brusselse stafhouder Asscherickx, en introk op de hoogste verdieping van het "Huis der Rechten", waar de latere stafhouder van Hasselt Fisette achter de toog stond, en de bekende Leuvense advocate Liliane Versluys samen met mijn zus elke morgen de gelagzaal opkuiste. Enkele maanden later viel in het Huis der Rechten bij nacht en ontij de Bijzondere Opsporingsbrigade van de Rijkswacht binnen, niet op zoek naar molotovcocktails of marihuana, die ze er op andere dagen misschien hadden kunnen vinden, maar omdat mijn vriendin die bij mij was ingetrokken in het studententijdschrift Universitas een artikel had geschreven over voorbehoedsmiddelen, in een tijd dat reclame maken voor condooms nog een misdrijf was.

Het is vanuit de Leuvense voedingsbodem van die woelige jaren dat ik koos voor de advocatuur en een kantoor opende in een volksbuurt in Schaarbeek. Recht en gerecht werden door velen toen gezien als bij uitstek conservatieve instrumenten, die de broodnodige sociale verandering in de weg stonden. De advocaat kon het opnemen voor de slachtoffers van die onderdrukkingsinstrumenten, ze in vraag stellen en tegen de schenen schoppen.

In de laatste veertig jaar zijn ons recht en justitie sterk geëvolueerd. Ondanks alle kritiek die er thans, voor een groot deel terecht, op het gerecht wordt gegeven, moeten we vaststellen dat dit apparaat wel degelijk is gedemocratiseerd, en een belangrijke rol speelt in de bescherming van minderheden en mensenrechten. Ook het recht zelf is geëvolueerd. Het klassieke paradigma van het parlement dat wetten stemt, de regering die ze uitvoert, en de rechter die ze toepast, is grondig overhoop gegooid. Onze wetgeving wordt nu voor een groot deel gemaakt in Europa, en zelfs in internationale conferenties in New York, Rome of Kyoto. Er is niet langer één regering, maar er zijn er op alle niveaus, van het Vlaamse over het Europese tot op dit van de Veiligheidsraad, en de rechtspraak die wij dagelijks citeren in onze conclusies is niet langer alleen die van Belgische rechters.

Deze globalisering van recht en justitie, van de rule of law, is de logische consekwentie van de economische mondialisering, en ondanks sommige perferse effecten een positieve zaak, waar ik mij de laatste decennia ook voor heb ingezet. Het gaat niet goed met de wereld. Zeker, de laatste kolonies die er in onze studententijd nog waren zijn onafhankelijk geworden. De militaire dictaturen in Zuid-Amerika en in het middellandse zeegebied zijn verdwenen. Het verstarde systeem van het Oostblok behoort al twintig jaar tot de geschiedenis. De hoop van de jaren zestig op echte ontvoogding van de derde wereld en rechtvaardige verdeling van de rijkdom is echter niet vervuld, verstoring van het milieu is een planetair probleem geworden, en miljoenen mensen zijn nog steeds slachtoffer van oorlog, misdaden tegen de mensheid en zelfs genocide. Kan het recht hier iets aan doen? Het recht MOET hier iets aan doen. Ik geloof dat dit geen utopie is, maar een noodzaak. Zonder een goed functionerende staat, een coherente wetgeving die de regels vastlegt, en een onafhankelijk gerecht om toe te zien op het respect ervan, is economische ontwikkeling problematisch, en zal ze in het beste geval de sociale ongelijkheid alleen doen toenemen. Daarom is het werk van Advocaten zonder Grenzen in Afrika en elders zo belangrijk: het bieden van juridische hulp en verdediging aan kwetsbare groepen, steun aan de opbouw van justitie in een overgangsperiode, het bestrijden van foltering door lobbywerk bij de overheid, vorming van rechters en politieverantwoordelijken, strijd tegen de straffeloosheid voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid.

Daarom is ook de ontwikkeling van het internationaal humanitair recht en de opbouw van een systeem van internationale justitie zo belangrijk. Die internationale justitie kende een spectaculaire ontwikkeling in de laatste decennia. Toen ik in 1998 het voorrecht had als vertegenwoordiger van Advocaten zonder Grenzen deel te nemen aan de conferentie in Rome die het ISH zou oprichten, kon niemand denken dat deze instelling, die toen nog een bijna utopische droom leek, acht jaar later reeds haar eerste proces zou openen. Zeker, de strijd tegen de straffeloosheid is geen eenvoudige zaak. Wij kunnen er van meespreken vanuit de ervaring met de Belgische genocidewet, en ook het Strafhof kent zijn kinderziekten, maar zoals de het Europees rechtsgebeuren sinds de jaren zestig totaal veranderd is door de invloed van het E.V.R.M. en het Hof van Straatsburg, ben ik er van overtuigd dat de evolutie naar meer respect voor mensenrechten zich ook op wereldvlak zal verder zetten. Wij juristen hebben hierin een essentiële rol te spelen, als academici, diplomaten, rechters maar zeker ook als advocaten. Ik dank de jury van de alumniprijs die dit heeft willen onderlijnen en u allen voor uw aandacht.

11-03-2010