Laudatio voor Mr. Jef Vermassen (Laureaat VRG-Alumniprijs 2004)
Uitgesproken door Prof. Dr. Frank Hutsebaut
Het bestuur van de Alumnivereniging van het Vlaams Rechtsgenootschap heeft beslist om dit jaar de Alumniprijs toe te kennen aan meester Jef Vermassen, afgestudeerde van het promotiejaar 1971, het laatste jaar dat de faculteit nog een doctorstitel afleverde. Hij vervoegt daarmee de nobele eregalerij van prominente laureaten aan wie deze inmiddels hoog geachte Alumniprijs werd overhandigd. Dit jaar is een bekend strafpleiter aan de beurt. Voorgangers waren onder mee minister, procureur-generaal, ambassadeur, voorzitter van de commissie Bank en Financiewezen, voorzitter van de vzw Ouders van Verongelukte Kinderen, jonge wetenschappers, voorzitter van de Nationale Arbeidsraad en adviseur bij het commissariaat voor vluchtelingen en staatlozen.
De alumniprijs wordt enkel toegekend - zo is de afspraak - aan een persoon "die zich maatschappelijk bijzonder onderscheiden heeft". Uiteraard zorgt hij of zij daardoor ook voor de uitstraling van onze rechtsfaculteit. Rechtsfaculteit waar u, meester Vermassen, trouwens steeds mee verbonden bent gebleven. Binnen de afdeling strafrecht, strafvordering en criminologie bent u gedurende vijf jaar een ook door de studenten bijzonder gewaardeerde praktijklector geweest. Uw praktijkcollege was in die jaren een waar succesnummer.
Wat is er zo bijzonder aan meester Vermassen en wat is zijn grote maatschappelijke verdienste. Ik denk dat het hier niet over één maar over meerdere verdiensten gaat.
U hebt op de eerste plaats uiteraard naam en faam verworden als gedreven straf- en assisenpleiter. Ik durf geen exakt aantal te plakken op het aantal zaken waarin u in een assisenzaak ofwel de beschuldigde ofwel het slachtoffer hebt verdedigd - het moeten er een 80-tal zijn - maar ik durf te veronderstellen dat u wellicht recordhouder bent bij de Vlaamse advocaten. Men heeft mij gesignaleerd dat u in de jaren 90 ooit vijf assisenzaken heeft gepleit in vijf maanden tijd en dit voor de vijf hoven van Assisen in Vlaanderen. In deze vijf zaken bekwam u telkens de vrijspraak.
Het gaat hierbij natuurlijk niet alleen om de kwantiteit maar vooral om de kwaliteit van uw assisenwerk. Ik stel bovendien vast dat er nogal wat bijzonder markante zaken bij zijn die de publieke opinie sterk hebben beroerd. Ik denk daarbij aan de zaak van - ik noem bewust geen namen - de zesvoudig moordenaar in Sint Amandsberg, aan de zaak van de jonge man die zijn ouders en zijn zus vermoord had, aan de zaak van een vroegere rector van de universiteit van Brussel. Inmiddels hebt u echter als assisenpleiter een pauze achter de rug van een achttal jaren nadat u sterk ontgoocheld werd in de afloop van de zogenaamde beerputmoord. Het is een merkwaardig toeval dat u net vandaag opnieuw van start gaat met een assisenzaak voor het Hof van Assisen te Gent waar deze namiddag de samenstelling van de jury heeft plaatsgevonden.
Vanwaar die gedrevenheid om assisenzaken te pleiten en vanwaar dat grote succes als assisenpleiter? In een interview in De Morgen van enkele jaren terug gaf u zelf enig inzicht in uw motieven met de uitspraak "Er is geen recht op onrecht. Het recht, en zeker het strafrecht, heeft niet alleen met de toepassing van de wet te maken maar vooral met het streven naar rechtvaardigheid. Het werkterrein van de strafpleiter is de samenleving. Dagelijks wordt hij geconfronteerd met de slagader van de maatschappij."
Dat verklaart wellicht wel uw passie en uw gedrevenheid maar nog niet meteen uw succes als strafpleiter. Er is dus meer aan de hand. Met deze uitspraak gaf u anderzijds wel zelf reeds enkele verklaringselementen aan voor uw grote kracht als strafpleiter. "Een strafpleiter, zegt u elders, moet niet alleen zijn weg kunnen vinden in het strafrecht en in de strafprocedure maar moet ook met de mensen en hun concrete belevingen kunnen omgaan." In een strafproces, zeker in Assisen, moet de advocaat de strafprocedure als instrument kunnen overstijgen om door te dringen tot waar het eigenlijk om gaat.
Uiteraard zijn de procedureregels in strafzaken uiterst belangrijk maar deze regels zijn dat op de eerste plaats om de kwaliteit van de rechtspraak te garanderen. Dat wordt wel eens vergeten door zowel de publieke opinie - die soms bijzonder zenuwachtig reageert wanneer een belangrijke zaak verkeerd loopt op grond van procedurele kwesties - maar eigenlijk ook door sommige zogenaamde proceduralisten - of laat ik ze formalisten noemen - die er niet in slagen de burger uit te leggen dat een behoorlijk stelsel van strafprocedure nu eenmaal een correcte toepassing van de procedurele beginselen vereist. Een strafrechtelijke aanpak kent namelijk zijn eigen regels, zijn eigen wetmatigheden, zijn eigen dynamiek, zijn eigen formalismen en ook zijn eigen taal. Het is de plicht van de advocaat daarop scherp toe te zien.
Er is in een strafproces echter meer aan de hand en ook daarin speelt de strafpleiter een bijzonder grote rol. Een advocaat is namelijk ook spreekbuis van zijn cliënt, een cliënt met zijn eigen levensverhaal, zijn emoties, zijn verstand maar ook met zijn op het eerste gezicht soms onbegrijpelijk en irrationeel gedrag bij het plegen van een misdrijf. Ik meen, meester Vermassen, dat in uw groot talent om dit verhaal te zichtbaar te maken en vertalen - bijv. naar een jury toe - meteen ook het geheim van uw succes terug te vinden is.
Hoe kunnen we dit verklaren? In een rechtszaak, en zeker in een strafzaak, speelt zich in de totstandkoming van het dossier onvermijdelijk een merkwaardig soort transformatieproces af omdat feiten en gebeurtenissen uit de privésfeer terecht komen in de publieke sfeer van een strafproces. Zowel het strafrechtelijk onderzoek als de terechtzitting maken deel uit van een juridisch besluitvormingsproces waarin het levensfeitelijke - en in het geval van assisenzaken ook dikwijls de dramatiek van dit levensfeitelijke - slechts relevant dreigt te zijn voor zover het in juridische termen en kwalificaties kan gevat worden. Dit juridiseringsproces - dat een dader bijv. maakt tot een inverdenkinggestelde en een beschuldigde en een slachtoffer tot een burgerlijke partij - drukt dikwijls een loodzware stempel op de manier waarop de direkt betrokkenen - dader en slachtoffer - het verloop van een onderzoek en het proces ervaren. Zowel voor dader als slachtoffer brengt de voortdurende betekenisverlening in juridische zin een sterke verenging mee van de werkelijkheid zoals ze door hen werd en wordt beleefd. Eén van de meest pregnante gevolgen is dat een aantal soms zeer irrationele gevoelens, subjectieve interpretaties of persoonlijke visies - bijv. over de motieven voor de feiten of over de reële schade die werd aangericht - uit het gezichtsveld dreigen te verdwijnen.
Het is dan ook de taak van de strafpleiter - en u slaagt daar naar mijn gevoel wonderwel in - om er scherp op toe te zien dat de werkelijkheid die aanleiding is geweest voor de strafrechtelijke vervolging door deze mechanismen van juridisch reductionisme niet vervormd worden tot een los van de werkelijkheid staand puur juridisch beeld van die werkelijkheid dat geen aansluiting meer heeft bij het reëel ervaren levensgebeuren van dader of slachtoffer. U slaagt er steeds in om op een briljante en indringende wijze - ongeacht of u pleit voor een dader of een slachtoffer - "hun" waarheid, "hun" visie op het gebeurde te articuleren en aan bod te laten komen. Dat is een zeer grote verdienste omdat op die manier een strafproces in het algemeen en een assisenproces in het bijzonder kunnen bijdragen tot de traumaverwerking van het slachtoffer maar ook van de dader en van de samenleving in zijn geheel. Met een boutade zou kunnen gezegd worden dat u er in hoge mate toe bijdraagt om daders én slachtoffers "beter tot hun recht te laten komen " en dat in alle betekenissen van deze uitdrukking. En dat is een belangrijke toetssteen voor de kwaliteit van de rechtsbedeling.
Naast het feit dat u een gedreven pleiter bent is er nog een andere reden - die trouwens sterk samenhangt met wat ik reeds gezegd heb - waarom u deze alumniprijs in hoge mate verdient. Het bestuur heeft er in zijn motivering zeer sterk de nadruk op gelegd dat u er als geen ander in slaagt om soms ingewikkelde juridische kwesties op een transparante en begrijpelijke manier over te brengen naar het grote publiek. Het is dan ook niet verwonderlijk dat u - wellicht meer dan u op dit ogenblik lief is - verzocht wordt om uitleg en commentaar te geven in de media, ook in het kader van lopende processen. U krijgt daarbij de rol toebedeeld van commentator, maar ook van communicatie deskundige en soms zelfs procesbegeleider.
Een serene, begrijpelijke en transparante communicatie over justitie in het algemeen en over gerechtszaken in het bijzonder is cruciaal in een tijd waarin justitie zich in een legitimiteitscrisis bevindt, het vertrouwen van de burger dreigt te verliezen en het publiek zich meer en meer vragen stelt over de werking van justitie en haar actoren.
Een goede communicatie tussen de actoren van justitie en de samenleving is ook hoogst belangrijk om het vertrouwen van de bevolking terug te winnen en om terug te keren naar een kwaliteitsvolle verhouding tussen burger, recht en samenleving. En dat er een probleem is met het vertrouwen van de burger in justitie kan moeilijk ontkend worden. In een recent wetenschappelijk onderzoek van de collega's Goethals, Parmentier en Vervaeke waarin zij gepeild hebben naar de tevredenheid bij de burger over de werking van justitie, de rechtvaardigheid van gerechtelijke beslissingen en de houding van de burger tegenover advocaten, rechters en parketmagistraten, zijn een aantal belangrijke vaststellingen terug te vinden. Van alle Belgen zegt ongeveer - ik zou eerder zeggen - slechts 41 % van de burgers vertrouwen te hebben en geeft 56 % een negatief antwoord op deze vraag. Als men peilt naar de tevredenheid over de werking van justitie zegt 28 % van de Belgen dat de werking gedurende de laatste jaren verbeterd is, 46 % meent hier geen verandering te zien en 19 % vindt dat de werking erop achteruit is gegaan. Uiteraard kan ik hier niet op de details en de nuanceringen van de analyses ingaan maar vast staat dat deze vaststellingen niet echt bemoedigend zijn, terwijl nochtans niet kan ontkend worden dat er sedert een tiental jaren toch een aantal belangrijke initiatieven op de sporen zijn gezet om het gerechtelijk apparaat beter te doen functioneren.
Waar wil ik toe komen. Men zoekt binnen justitie naar een kwaliteitsverbetering en een transparante communicatie naar de burger toe is daar manifest een belangrijk aspect van. Ook in een rapport van de Koning Boudewijnstichting - waarvoor collega Parmentier de pen heeft vastgehouden - wordt gesteld " dat de vele nieuwe uitdagingen inzake de regelgeving, de rechtsbedeling en de actoren van het recht in essentie verband houden met de idee van kwaliteit. Het is cruciaal om de toekomstige verhouding tussen burger, recht en samenleving een meer kwaliteitsvolle inhoud te geven dan in het verleden het geval was. Een aspect van deze kwaliteit is de manier waarop de actoren van de rechtsbedeling communiceren met de samenleving." Besluitend stelt het rapport dat de communicatieve relatie tussen de rechtsbedeling en de burger moet evolueren naar een klantvriendelijk perspectief. Dit heeft niet alleen te maken met een beter onthaal van en communicatie met de individuele rechtszoekende maar overduidelijk ook met een grotere transparantie, inzichtelijkheid en communicatie met de samenleving in zijn geheel ook via bijv. allerhande media: "Justice must indeed not only be done but also seen to be done." Misschien zitten sommige actoren binnen justitie en sommige academici - laat ons ook in eigen boezem kijken - soms toch nog gevangen in een ivoren toren mentaliteit.
Kortom. Grote zorgvuldigheid en kwaliteitsvolle berichtgeving en zorgvuldige communicatie met de burger is allernoodzakelijkst. Dit vereist grote pedagogische kwaliteiten en een hoge dosis van wat de laatste tijd emotionele intelligentie wordt genoemd. Misschien is de suggestie van de Hoge Raad voor Justitie om kandidaten binnen de rechtsbedeling ook te toetsen op deze emotionele intelligentie misschien toch niet zo'n slechte suggestie. Mensen eisen niet alleen een performante justitie maar ook een menselijke justitie waarbinnen de actoren zich met grote empathie kunnen inleven in de mensen die op zoek zijn naar gerechtigheid.
Waarde meester Vermassen. U zou met grote onderscheiding slagen in deze emotionele intelligentietest. Namens de alumnivereniging van het Vlaams Rechtsgenootschap feliciteer ik U alvast zeer hartelijk met de prijs die U vandaag ontvangt. Niemand kan zoals U overbrengen wat het recht voor mensen betekent en moet betekenen. Wij danken U daar zeer hartelijk voor.
Leuven, 12 maart 2004
Frank Hutsebaut
